voedingspatroon
Zoals al langer gekend, wijkt het gemiddelde Westers voedingspatroon af van een “gezonde voeding”.
Sommige voedingsmiddelen worden overmatig en andere worden te weinig geconsumeerd. Daarenboven is de hoeveelheid ingenomen energie meestal te hoog, in functie van de geleverde fysieke activiteit.
Dit verkeerde voedingspatroon met een teveel aan vetten, suikers, zout en dierlijke eiwitten, samen met gewijzigde levenspatronen (sedentair leven) heeft een aantal welvaartsziekten tot gevolg.
Eén van de meest voorkomende welvaartsziekten is overgewicht of obesitas. Maar ook het ontstaan van hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, diabetes en kanker hebben te maken met een verkeerde voeding.
Ook de voedingsgewoonten van de jeugd zijn verre van gezond. Meer en meer jongeren zijn reeds zwaarlijvig op jonge leeftijd wat gezondheidsproblemen geeft op latere leeftijd.
De feiten
- 60% van de Vlaamse bevolking heeft een te grote middelomtrek
- 40% van de volwassen Vlaamse bevolking heeft geen gezond gewicht
- 10% van de kinderen heeft overgewicht of obesitas
- De opleidingsgraad heeft invloed op het gewicht
- Er is een stijgende trend in alle leeftijdsgroepen
Belang van de buikomtrek
Naast de hoeveelheid lichaamsvet is ook de verdeling ervan een belangrijke factor voor het bepalen van gezondheidsrisico's (o.m. hart- en vaatziekten diabetes…).
Het vetweefsel kan zich op verschillende plaatsen in het lichaam concentreren.
Men spreekt van buikvet bij een appeltype , dit komt het meeste voor bij de mannen.
Meer vet op de bovenbenen en de heupen wijzen op een peertype , hiertoe behoren de meeste vrouwen.
Het appeltype heeft een hoger gezondheidsrisico dan het peertype.
De eenvoudigste manier om de lichaamsvetverdeling bij benadering te bepalen, is het meten van de middelomtrek.
Middelomtrek meten
De middelomtrek wordt gemeten met een lintmeter op het smalste deel van de middel tussen de onderste rib en de bovenkant van het heupbeen.
Voor het correct aflezen mag de lintmeter de huid niet samendrukken en moet deze evenwijdig zijn met de grond.
De meting gebeurt op het einde van een normale uitademing.
Onderstaande indeling geldt voor volwassenen van 18 tot ongeveer 60 jaar.
| Middelomtrek (in cm) | Mannen | Vrouwen |
|---|---|---|
| Geen verhoogd risico | <94 | <80 |
| Licht verhoogd risico | 94-102 | 80-88 |
| Verhoogd risico (probeer af te vallen) | 102 en hoger | 88 en hoger |